Traumaverwerking

Wanneer is er sprake van trauma?

Opvallend gedrag wat kort na een intens beangstigende periode begint kan een indicatie zijn dat er trauma is ontwikkeld. Signalen van traumatische stress zijn bv: woedeaanvallen, ongecontroleerd en intens huilen, hyperactiviteit, onrustig slaappatroon, bedplassen, niet kunnen concentreren op school of teruggetrokken gedrag.
Ook compulsieve, zich herhalende gedragingen, zoals steeds een autootje tegen een poppetje aanrijden, een val van een paard of een pestsituatie naspelen kunnen aanwijzingen zijn dat er onopgelost trauma in het kind aanwezig is.

Om vast te kunnen stellen of opvallend gedrag het gevolg is van een trauma kun je kijken wat er gebeurt als je de beangstigende gebeurtenis benoemt.
Een getraumatiseerd kind wil niet aan de gebeurtenis herinnerd worden.
Of, als het er aan herinnerd wordt, laat een hyperactieve reactie zien of keert in zichzelf, en reageert met stilte.

Het woord trauma roept bij mensen vaak een afwerende reactie op.
Dit komt mede omdat de meeste mensen er weinig over weten of omdat mensen liever niet herinnerd willen worden aan iets wat ze zelf meegemaakt hebben.

Wat is trauma?

Om trauma te kunnen begrijpen is het belangrijk te kijken naar gedrag van dieren in het wild. Dieren worden regelmatig met de dood bedreigd (muis, konijn etc.). Toch raken ze zelden getraumatiseerd. Ze zijn instinctief in staat om de intense energie die vrijkomt bij overlevingsgedrag te reguleren en ontladen.

Wij mensen zijn uitgerust met vrijwel dezelfde regelmechanismen als dieren.
Het overlevingsinstinct wat o.a. samengaat met het vrijkomen van adrenaline, is identiek aan het overlevingsmechanisme van dieren.
Het hart gaat sneller kloppen en er komt veel energie vrij om te kunnen vechten of vluchten.
Ons lichaam moet deze primitieve respons op de bedreiging kunnen afmaken. Eerst door ons voor te bereiden op de bedreiging, dan erop te reageren, en als laatste door te ontladen (het trillen na een intense bedreiging).
Als deze natuurlijke cyclus afgemaakt wordt dan blijft er geen restenergie in het lichaam over. We kunnen gewoon verder met ons leven.

Bij mensen kan het afmaken van deze cyclus echter beperkt of geblokkeerd raken door het rationele deel (de neocortex) van onze hersenen.
We kunnen bijvoorbeeld ons ‘groot houden’ of ‘doorzetten’ en daarmee een volledige ontlading in de weg staan. Bijv. door het trillen na een schrikreactie tegen te houden, of de tranen in te houden.
Soms voelt het alsof we na een intense gebeurtenis “bevroren” zijn.
Dit komt omdat de overlevingsenergie dan nog vastgezet is in het lichaam.
De soms nog zeer hoge, niet ontladen, restenergie kan overal in het lichaam verstoringen geven. Dit kan resulteren in posttraumatische stress symptomen.

Iedereen kan trauma in zijn lichaam vastgezet hebben, maar baby’s en jonge kinderen zijn extra vatbaar omdat hun zenuwstelsel, wat overlevingsenergie reguleert, nog niet voldoende ontwikkeld is en nog weinig veerkracht heeft om met een intense overweldigende situatie om te gaan.
Met name baby’s zijn voor de regulatie van ventraal vagaal gestuurde zenuwwerkingen (die ook de ontlading van overlevingsenergie besturen) sterk afhankelijk van hun omgeving, meestal moeder en vader.
Een val van een fiets of een medische ingreep op jonge leeftijd kan zich ontwikkelen tot een trauma.

Kenmerken van trauma

Kinderen en volwassenen reageren heel verschillend op intense gebeurtenissen.
Het ene kind verstijft, een ander kind raakt in paniek of wordt kwaad.
Er zijn ook kinderen die helemaal niet lijken te reageren. Zij gaan gewoon door met waar ze mee bezig waren.
Ook al reageren kinderen verschillend, voor de meeste kinderen geldt dat ze direct en in de eerste weken na een intense gebeurtenis stressreacties laten zien. Deze reacties zijn normaal. Het kind heeft immers tijd nodig om de gebeurtenis een plek te geven.
De meeste kinderen hebben dan ook geen professionele hulp nodig na een intense gebeurtenis. Ze zijn samen met hun gezin en omgeving goed in staat om de ervaring te verwerken.

In de praktijk zien we dat bepaalde stressreacties vaak voorkomen, los van wat er precies gebeurd is. Kinderen (en volwassenen ook!) kunnen in de loop van de tijd één of meerdere van de volgende reacties laten zien:

  • Herbeleven
    Bijv: steeds weer aan de gebeurtenis denken, naspelen wat er is gebeurd, nachtmerries hebben, heftig reageren op dingen die aan de gebeurtenis doen denken.
  • Vermijden
    Bijv: er niet over willen praten, plaatsen, dingen of mensen die doen denken aan de gebeurtenis vermijden, ontkennen dat het is gebeurd, zich terugtrekken/afzonderen, plezier in hobby’s en interesses verliezen, negatieve gedachten over de toekomst hebben.
  • Verhoogde prikkelbaarheid
    Bijv: moeite hebben met concentreren, moeilijk inslapen/doorslapen, snel boos zijn op anderen, snel schrikken (bijvoorbeeld van harde geluiden), heel waakzaam zijn.
    Overige reacties
    Bijv: schuldgevoelens hebben, last hebben van buikpijn/hoofdpijn, regressief gedrag (bijvoorbeeld weer in bed plassen of duimzuigen, zich aan ouders vastklampen), roekeloos zijn (bijvoorbeeld zonder te kijken de straat oversteken). In de klas vallen concentratie- en gedragsproblemen het meest op. Door een schokkende ervaring is het mogelijk dat kinderen een terugval in schoolprestaties laten zien. Ook kunnen ze vaker ruzie zoeken of druk gedrag vertonen. Meestal nemen deze reacties in de eerste vier weken na de gebeurtenis vanzelf af.

Hoe werkt Somatic Experiencing?

SE werkt met de zogenaamde ‘felt sense’, het bewust ‘gewaar zijn’ van lichamelijke sensaties, om het lichaam te helpen restspanning van niet afgevoerde/vastgezette overlevingsenergie te ontladen.
Voorbeelden van lichamelijke sensaties zijn: warmte, tintelingen, kippenvel, sneller of langzamer worden van hartslag of ademhaling.
Door met je bewuste aandacht, onder de juiste begeleiding, contact te maken met de aanwezige lichaamssensaties kan de vastgezette overlevingsenergie op een veilige manier vrijkomen.
Het lichaam herstelt hiermee het zelfgenezende vermogen.

SE helpt de cliënt zich bewust te worden van aanwezige hulpbronnen die het verwerkingsproces ondersteunen.
Voorbeelden van interne hulpbronnen zijn: je gevoel voor humor, contact met de grond, gevoel van kracht, creativiteit, je intelligentie.
Externe hulpbronnen kunnen iedere vorm van ondersteuning zijn, bijvoorbeeld door vrienden, familie, een fijne plek, positieve herinneringen.
Deze hulpbronnen geven in het lichaam een gevoel van vertrouwen en ontspanning.
Bewust contact maken met de fysieke ervaring van deze hulpbronnen doorbreekt de vicieuze cirkel van aanhoudende en zichzelf versterkende spanning.

Bij SE maak je ook contact met de lichamelijke sensaties die samenhangen met de vastgezette overlevingsenergie, zonder dat je je het trauma zelf hoeft te herinneren.
Door met je aandacht (‘gewaar zijn’) als het ware stapjes te zetten, in en uit de spanning te gaan met je aandacht, heb je steeds het gevoel het zelf ‘in de hand’ te hebben.
De geblokkeerde overlevingsenergie wordt zo op een veilige en geleidelijke manier ontladen.
Na deze ontlading ervaren mensen vaak een sterke afname van hun stress symptomen.

Een SE-sessie duurt ongeveer 1 uur en begint met een inleidend gesprek dat leidt tot overeenstemming over wat in deze sessie onderzocht wordt.

Wanneer iemand een eenmalige traumatische gebeurtenis heeft meegemaakt, kan meestal volstaan worden met een beperkt aantal sessies.

Zie voor meer informatie de volgende boeken:

  • De tijger ontwaakt. Peter A Levine
  • Het weerbare kind. Peter A Levine & Maggie Kline
  • Trauma through a child’s eyes. Peter A Levine & Maggie Kline

Hoe werkt EMDR?

De therapeut zal vragen aan de gebeurtenis terug te denken, inclusief de bijbehorende beelden, gedachten en gevoelens. Eerst gebeurt dit om meer informatie over de traumatische beleving te verzamelen. Daarna wordt het verwerkings-proces opgestart. De therapeut zal vragen de gebeurtenis opnieuw voor de geest te halen. Maar nu gebeurt dit in combinatie met een afleidende stimulus. In veel gevallen is dat de hand van de therapeut of door geluiden die door middel van een koptelefoon afwisselend links en rechts worden aangeboden . Er wordt gewerkt met ‘sets’ (= series) stimuli. Na elke set wordt er even rust genomen. De therapeut zal de cliënt vragen wat er in gedachten naar boven komt. De EMDRprocedure brengt doorgaans een stroom van gedachten en beelden op gang, maar soms ook gevoelens en lichamelijke sensaties. Vaak verandert er wat. De cliënt wordt na elke set gevraagd zich te concentreren op de meest opvallende verandering, waarna er een nieuwe set volgt.
Wat zijn de te verwachten effecten?
De sets zullen er langzamerhand toe leiden dat de herinnering haar kracht en emotionele lading verliest. Het wordt dus steeds gemakkelijker aan de oorspronkelijke gebeurtenis terug te denken. In veel gevallen veranderen ook de herinneringsbeelden zelf en worden ze bijvoorbeeld waziger of kleiner. Maar het kan ook zijn dat minder onprettige aspecten van dezelfde situatie naar voren komen. Een andere mogelijkheid is dat er spontaan nieuwe gedachten of inzichten ontstaan die een andere, minder bedreigende, betekenis aan de gebeurtenis geven. Deze effecten dragen ertoe bij dat de schokkende ervaring steeds meer een plek krijgt in de levensgeschiedenis van de persoon
Een verklaring voor de werkzaamheid van EMDR is dat het terugdenken aan een nare herinnering in combinatie met het maken van oogbewegingen ervoor zorgt dat het natuurlijk verwerkingssysteem wordt gestimuleerd. Omdat een traumatische herinnering wanneer deze in gedachten wordt genomen zowel levendig als intens is, kost dit betrekkelijk veel geheugencapaciteit. Maar het zo snel mogelijk volgen van de vingers van de therapeut, zoals dat bij EMDR gebeurt, kost ook geheugencapaciteit. Door deze concurrentie van werkgeheugentaken is er weinig plaats voor de levendigheid en de naarheid van de herinnering. Dit biedt de patiënt de mogelijkheid om een andere betekenis aan de gebeurtenis te geven.
Een SE-sessie duurt ongeveer 1 uur en begint met een inleidend gesprek dat leidt tot overeenstemming over wat in deze sessie onderzocht wordt.

Wanneer iemand een eenmalige traumatische gebeurtenis heeft meegemaakt, kan meestal volstaan worden met een beperkt aantal sessies. (voor deze en meer EMDR info zie www.emdr.nl)

Hoe je een kind kan ondersteunen bij trauma

 

  • Bied structuur
    Het helpt kinderen om snel weer een normale dag- en lesroutine op te pakken. Bied structuur en blijf gebruikelijke opvoedingsregels hanteren. Dit geeft houvast en een gevoel van veiligheid.
  • Geef ruimte om te verwerken
    Geef binnen de veilige structuur die je creëert ruimte om te verwerken. Bied een kind de mogelijkheid om gesprekjes te hebben als het daar behoefte aan heeft. Sommige kinderen willen liever niet praten, maar vinden het fijn om op een andere manier expressie te geven aan hun gevoelens, bijvoorbeeld door te tekenen, muziek te maken of te knutselen. Je kunt een kind ook een boek over het thema geven. Schat van tevoren goed in of dit aansluit.
  • Ga het trauma niet uit de weg
    Soms vermijden ouders alles wat een kind kan herinneren aan de gebeurtenis, uit angst voor heftige reacties of om het makkelijker te maken. Ga het trauma niet uit de weg maar bied veiligheid (zie hierboven). Geef eerlijke antwoorden op vragen over de gebeurtenis. Stem de uitleg af op het begripsniveau van het kind en ga niet verder dan een kind zelf vraagt. Hierdoor houdt het kind controle.
  • Faciliteer positieve ervaringen
    Kinderen voelen zich na een intense gebeurtenis vaak erg gesteund als familie, school en vrienden meeleven. Doe leuke activiteiten met het gezin. Kinderen maken zich soms zorgen dat ze geen plezier meer mogen hebben als er iets aan de hand is (geweest); laat merken dat lachen en spelen mag.
  • Geef het kind voldoende rust en ruimte om de gebeurtenis te verwerken

Als je na een aantal weken merkt dat het kind nog steeds “opvallend gedrag” laat zien is het een goed idee om de hulp van een deskundige therapeut in te schakelen.
In onze praktijk werken we naast Creatieve therapie en Speltherapie met een lichaamsgerichte benadering: Somatic Experiencing, ontwikkeld door dr. Peter Levine en met de EMDR methode.