Meestal vinden we onze kindertijd de mooiste periode van ons leven. Blij en onbezorgd genieten van wat zich aandient, en niet te veel denken aan de dag van morgen. Maar zo tegen de pubertijd is er een groep jongeren die hier toch wat anders over denken. Ze ervaren problemen met het ‘in de wereld zijn’. Vaak begrijpen ze ook niet zo goed waarom de wereld is wat het is, en waarom mensen doen wat ze doen. Soms ontstaat dit gevoel omdat ze erg begaan zijn met alles wat leeft. Maar ook omdat ze moeite hebben met wat hun omgeving van hen vindt en van hen verwacht. Bijvoorbeeld omdat ze denken dat hun ouders onbewust proberen een evenbeeld te creëren van hun ideale plaatje. Of omdat er op school weinig aansluiting is met leerkrachten, of de sfeer in de klas vervelend is.

In dit soort situaties kan een innerlijk conflict in hen ontstaan ontstaan tussen wat aan waarden en normen in het hart leeft, en wat het er aan input vanuit de omgeving komt. In onze praktijk kloppen deze jongeren regelmatig aan voor hulp. Ze worstelen dan met levensvragen maar meestal zonder dat ze dit zelf als zodanig zouden benoemen.  “Waarom zou ik nog huiswerk maken, naar school gaan, vrienden maken of verder gaan met het opbouwen van een toekomst?”  Als deze vragen niet worden herkend door de omgeving kunnen jongeren klem lopen in hun zoektocht naar antwoorden.

Waar wordt je echt gelukkig van?
De ervaring leert dat samen onderzoeken waar een puber echt blij van wordt, of leuk vindt om te doen, een eerste ingang is naar zingeving. Vanuit wat je leuk vindt om te doen,waar je blij van wordt, of wat je hart doet zingen, ontstaat een positieve impuls om je leven vorm te geven. Je handelt dan vanuit een innerlijk streven naar de verwezenlijking van een doel. Onderzoek heeft aangegeven dat het hebben van een levensdoel de belangrijkste factor voor succes is. Een voorbeeld hiervan is onderzoek aan een groep middelbare scholieren waaruit bleek dat de kleine groep die een duidelijk doel voor ogen had, twintig jaar later de meest succesvolle waren binnen de oorspronkelijke groep. Ik denk nu aan verschillende jongeren die we hebben begeleid. Bijvoorbeeld Tom.

Casus Tom, een “computerverslaafde”
Tom is een jongen van 15 die nog twee jaar op de middelbare school te gaan heeft. Hij kwam in de praktijk omdat het niet goed met hem ging. School liep steeds minder (de cijfers en veel spijbelen) en hij had eigenlijk niet zo veel zin meer in wat dan ook. Het liefst lag hij gewoon de hele dag met zijn laptop in bed. Hij wist ook echt niet wat hij na de middelbare school zou moeten gaan doen, alles voelde gewoon als teveel moeite. Toen hij zijn verhaal vertelde, kon ik aan een aantal opmerkingen horen dat het hier om zingevingsvragen ging. Na samen te verkennen hoe zijn leven tot nu toe was gelopen, en wat daarbij de grootste problemen waren geweest ( vroeger gepest zijn, en lesstof die jarenlang onder zijn niveau werd aangeboden- waarbij school langzaam begon aan te voelen als een gevangenis) heb ik hem gevraagd wat hij echt leuk vond om te doen, waar hij plezier in had en waar hij blij van werd. Computer spelletjes was het antwoord. ‘En wat dan precies?’ was mijn vervolgvraag. Behalve zelf spelen vond Tom het ook leuk om anderen te helpen en ze te leren wat de tricks van een spel zijn. Ik zou kunnen hebben gedacht dat hij juist verder verwijderd zou moeten van zijn computer (verslaving) en het ‘echte leven” weer eens zou kunnen gaan opzoeken- maar dat dacht ik dus niet bij hem. We hebben zijn leven met de computer juist verder uitgediept. Waarbij we steeds opnieuw de vraag “wat doet je hart zingen” stelden. In de weken daarna volgende een heel ondernemingsplan, waarbij we het idee dat de schoolleeftijd beperkend is om je dromen waar te maken, steeds overnieuw opzij hebben gezet.

En als je weer zin hebt gevonden?
Inmiddels maakt Tom samen met een vriend instructievideo’s over een specifiek computerspel. In verschillende afleveringen worden alle levels behandeld en de valkuilen, slimmigheidjes en weetjes van het spel uitgelegd. Soms komisch en soms serieus en nuchter. Het volgende spel wat Tom wil behandelen is (tot nu toe) alleen in het Chinees uitgebracht. Tom leert zichzelf nu Chinees door zich met Chinese radioprogramma’s, nieuws en actualiteiten, popmuziek, en online woordenboeken en cursussen bezig te houden. Binnenkort begint hij met vloggen over dit spel, vooruitlopend op de Engelstalige editie. Mooi meegenomen zo’n nieuwe taal, want op school ging hij dit toch niet leren.
Tom voelt zichzelf weer gelukkig, de middelbare school loopt ook al een tijdje weer goed, hij wil nu wel echt overgaan want heeft ideeen opgedaan over een te volgen specialistische opleiding in de IT- daar ligt zijn passie! Ik weet bijna zeker dat hij nu geen dip meer gaat krijgen, want onder zijn vleugels draagt de onzichtbare stroom van zingeving zijn vlucht. Hij weet wat hij van school kan verwachten, en wat niet- maar vooral weet hij wat hij van zichzelf mag verwachten als hij zich inzet om zijn eigen dromen waar te maken. En wat waren nou die zingevingsaspecten? Zoals Tom het verwoordt: “Iets kunnen betekenen voor anderen, wat je leert door kunnen geven en gewaardeerd worden om wie je bent en wat je doet”.